Nieuwbouw Delft



Nieuwbouw Delft

Nieuwbouw Delft

De Haagse Hogeschool Delft: toonbeeld van duurzaamheid

Aan het begin van het academisch jaar 2009-2010 werd de nieuwe vestiging Delft in gebruik genomen. De officiële opening van het gebouw, dat onderdak biedt aan de Academie voor Technology, Innovation & Society Delft en de Academie voor ICT & Media, was op 19 november. Qua duurzaamheid scoort het nieuwe gebouw zo hoog dat het al vóór de opening een prestigieuze energiezuinigheidsprijs won. Kortom, de ideale omgeving voor hoogstaand technisch onderwijs.

Als het over de nieuwe vestiging Delft van De Haagse Hogeschool gaat, vallen al gauw de woorden licht, lucht en ruimte. Normaal gesproken betaal je voor veel daglicht de prijs in de vorm van een hoog energieverbruik. In dit geval heeft men deze tegenstrijdigheid echter zo effectief weten om te buigen dat op de campus van de TU Delft het duurzaamste onderwijsgebouw van Nederland is verrezen. Een prestatie van formaat, die nog wordt onderstreept door het winnen van de NET-Trofee voor de energiebesparing (zie kader). De belangrijkste reden dat het is gelukt het project tot zo’n goed einde te brengen, is dat consequent is vastgehouden aan de vier uitgangspunten: duurzaamheid, uitstraling, flexibiliteit en transparantie.

Heren van de bouw

Tijdens de bouw hebben vooral Aad Oudt, Hans Gubbens en Harold Straathof een essentiële rol gespeeld. Na de pensionering van Oudt nam Gubbens namens de hogeschool de leiding van het project over. Straathof is senior projectleider bij Alphaplan, het adviesbureau dat het projectmanagement van de voorbereiding en de directievoering verzorgde. Qua psychische belasting vond Straathof de directievoering het moeilijkst. “In de uitvoering is in principe alles mogelijk. Je bent voortdurend bezig met het zoeken naar de juiste balans tussen tijd, geld en kwaliteit. Iedere verandering heeft consequenties, maar de trein moet wel blijven rijden.”

Oudt, Gubbens en Straathof slaagden erin een integraal ontwerpproces op gang te brengen en te houden, waarbij alle partijen op gelijkwaardige basis met elkaar overlegden en architectenbureau Royal Haskoning, dat tekende voor het oorspronkelijke ontwerp, zo nodig werd gevraagd de plannen aan te passen. Hierbij speelden installatieadviseur DWA, constructeur DHV en adviesbureau voor bouwfysica Peutz een belangrijke rol. Gubbens is het met Straathof eens dat deze manier van werken zeer tijdrovend was: “Maar het ging erom dat de eis van duurzaamheid overeind bleef. Daar was geen discussie over mogelijk.”

De projectgroep, het ontwerpteam en de gebruikersgroep kwamen tijdens de bouw regelmatig bijeen. Gubbens en Straathof zijn beiden van mening dat de gevel nog de meeste hoofdbrekens heeft gekost. “Op het overgangsmoment van het voorontwerp naar het definitieve ontwerp hebben we zeker tien verschillende gevels bekeken,” zegt Gubbens. Uiteindelijk werd gekozen voor een afgewogen combinatie van open en dicht, die maximale lichtinval paart aan minimaal warmteverlies. Hoewel de gevel er transparant uitziet, bestaat deze voor slechts 38 procent uit glas.

Technisch hoogstandje

Ook het parkeerdak is zeer innovatief. In de dikke betonvloer zijn waterslangen verwerkt waarmee een koude en een warme bron geladen worden. Met de hier opgeslagen koude en warmte wordt het gebouw gekoeld en verwarmd. Het dak is zonder meer een technisch hoogstandje, al benadrukt Gubbens dat het vernieuwende vooral ligt in de uitgekiende combinatie van bestaande technieken.

“Als je gemakkelijk extra geld kunt krijgen, zijn de problemen snel opgelost,” zegt Straathof. “Maar de middelen waren beperkt. Al hadden we een verantwoord budget, toch loop je altijd tegen de grenzen aan.” Naar verwachting zullen de investeringen in innovatieve systemen als het Octalix meet- en regelsysteem, dat rekening houdt met aanwezigheid van mensen, daglicht, CO2, vochtigheid en buitenklimaat, zich op termijn terugbetalen.

Gubbens is trots op de uiterst lage energieprestatiecoëfficiënt (EPC) van het gebouw. “We hebben van meet af aan gestreefd naar een EPC van de helft van de wettelijke eis, maar dat is nog veel minder geworden. We zitten nu op 33 procent.” Straathof laat er geen twijfel over bestaan aan wie deze triomf te danken is. “Gubbens ging steeds voor duurzaamheid. Hij heeft bewezen dat dat haalbaar was en bleef geloven in een leidende rol voor de hogeschool op dat gebied. En hij slaagde erin het College mee te krijgen.”

Veel daglicht

Al had architectenbureau Royal Haskoning minder grip op de uitvoering van het project dan gebruikelijk is, toch overheerst ook daar een gevoel van ‘eind goed al goed’. Jorge Moura, een van de projectarchitecten, sluit zich aan bij een heel leger ontwerpers, adviseurs, uitvoerders en gebruikers als hij zegt: “Het is een ruim, licht en transparant gebouw geworden zonder dat we duurzaamheid hebben hoeven inleveren. Ook op plaatsen die niet aan de gevel liggen komt daglicht, en dat is niet eenvoudig.”

Overzichtelijke studieomgeving

Hoe trots de hogeschool ook is op de nieuwe vestiging in Delft, uiteindelijk gaat het er natuurlijk om dat hier kwalitatief hoogstaand onderwijs wordt gegeven in een omgeving waar de gebruikers zich thuis voelen. Marian van Noort, directeur van de Academie voor Technology, Innovation & Society Delft die het leeuwendeel van het gebouw in gebruik heeft, constateert dat de kleinschaligheid en onderlinge binding niet te lijden hebben gehad van de verhuizing. “De uitstraling van de groep is niet veranderd. Onze studenten zijn van oudsher gewend aan veel persoonlijke aandacht. Hier hebben ze een gestructureerde, overzichtelijke studieomgeving gevonden, in een gebouw waar de nauwe band met de docenten, ook letterlijk, beter zichtbaar is dan vroeger. Het gebouw past bij onze identiteit. Wij geven hier uitstekend en innovatief technisch onderwijs en zijn ook in onze opleidingen bezig met duurzaamheidthema’s. Dit gebouw zorgt ervoor dat de buitenwereld dat merkt.”

De studieverenigingen van de voormalige TH Rijswijk, die in de oude behuizing zorgden voor de praktische en mentale steun die het verschil kan maken tussen slagen en falen, zijn met succes naar het nieuwe gebouw getransplanteerd. Van Noort legt uit dat de persoonlijke binding in de onderwijsvisie van de academie een belangrijke factor is voor succesvol studeren. “Daarnaast vinden wij het noodzakelijk dat studenten zich voorbereiden op hun toekomst, met opdrachten die zijn ontleend aan de beroepspraktijk, en met echte opdrachtgevers. Dat geeft hun het gevoel dat ze bezig zijn met iets dat ertoe doet, waardoor ze minder last hebben van motivatieproblemen.”

Multidisciplinaire ruimtes

“Het werken in multidisciplinaire teams met mensen van verschillende opleidingen sluit daar mooi bij aan,” vervolgt Van Noort. “Om dat te stimuleren, zijn we een paar jaar geleden gestart met een projectenbureau. Onder de nieuwe naam Expertisecentrum Technology, Innovation & Society gaan we daar ook langer lopend onderzoek verrichten. De multidisciplinaire werkruimtes die daarvoor nodig zijn, zijn van meet af aan opgenomen in het ontwerp voor het nieuwe gebouw. Onze opleidingen hebben onderling raakvlakken op gebieden waar wij ons willen profileren, zoals duurzame energie, mechatronica en bedrijfsinnovatie.”

Het Expertisecentrum heeft al een aantal keren goed gescoord in wedstrijden zoals de Shell Eco-marathon en de Frisian Solar Challenge. “Zo’n wedstrijd geeft energie en elan,” zegt Van Noort. “Daar kun je mee naar buiten treden. Daarnaast hebben we plannen voor onderzoeksprojecten die gericht zijn op innovatie in de tuinbouw in het Westland. Ook de opleiding Technische Informatica van de Academie voor ICT & Media, die ook in dit gebouw zit, sluit daarbij aan.”

Meer samenwerking

De banden die de hogeschool verbinden met andere onderwijsinstellingen worden steeds nauwer. Van Noort ziet dit als een positieve ontwikkeling: “Samenwerking met andere instellingen is een noodzaak, vooral als ze zich op een technisch profiel richten. Onze relatie met de TU Delft is enerzijds belangrijk voor de doorstroming van onze studenten. Anderzijds vangen wij studenten van de TU op bij wie ons onderwijs beter past. We kennen elkaars programma’s. De hogeschool is beter bekend met lokale bedrijven, terwijl de TU meer bezig is met grote onderzoeksprojecten. Nu we op dezelfde campus zitten, is mijn belangrijkste doel het creëren van meer samenwerking, ook in bedrijfsprojecten. De psychologische drempel voor dergelijke initiatieven is nu lager. Ook de overstap vanuit het mbo wordt gemakkelijker door meer samen te werken.”

Van Noort is zich ervan bewust dat de naam Delft op onderwijsgebied een grote reputatie heeft en verwacht dat de hogeschool daarmee zijn voordeel kan doen. “Delft is een klassieke, bruisende studentenstad. Naast de studie wordt er van alles georganiseerd op het gebied van cultuur, sport, uitgaan en nog veel meer. Ik vind het fantastisch dat onze studenten daar nu van kunnen meeprofiteren.”

Vestiging Delft winnaar Nationale Energie Toekomst (NET) Trofee 2009

Kort voor de officiële opening van De Haagse Hogeschool Delft op 19 november werd de uitzonderlijke kwaliteit ervan qua duurzaamheid en energiegebruik uit onafhankelijke hoek bevestigd: het gebouw werd door SenterNovem (nieuwe naam: Agentschap NL) verkozen tot winnaar van de NET-Trofee 2009. De prijs, voor het beste initiatief van het jaar op het gebied van energiezuinig wonen en werken, werd uitgereikt aan Marian van Noort, directeur van de Academie voor Technology, Innovation & Society. Namens de hogeschool ontving zij een kunstwerk en een bedrag van €25.000.

De jury, bestaande uit de finalisten van vorig jaar, prees vooral de wijze waarop De Haagse Hogeschool haar onderwijsfilosofie in dit project heeft vertaald en geïntegreerd met maatschappelijke doelen. Dat maakt het project volgens een van de juryleden tot een uitstekend voorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. “Voor de studenten van De Haagse Hogeschool zal duurzaamheid een vanzelfsprekend onderdeel zijn bij het ontwikkelen van hun latere beroepsvaardigheden. In die zin werpen de investeringen in dit duurzame gebouw in meerdere opzichten langdurig hun vruchten af.”

Feiten & cijfers

Oppervlak: 15.000 m2 plus 4.000 m2 parkeerdak

Bouwperiode: december 2007-juli 2009

Bouwkosten: €24 miljoen incl. BTW

Gebruikers: 1.800 studenten en 120 medewerkers

Energieprestatiecoëfficiënt (EPC): 33 procent van de wettelijke norm